In het tussentijds rapport van het Ontwikkelingsplan toerisme en recreatie in Vlaams-Brabant (mei 2000) lezen we:
"Over de afbakening van het Pajottenland bestaan veel meningsverschillen. Meestal situeert men de kern van het Pajottenland in Gaasbeek, met de beide Lenniken, Onze-Lieve-Vrouw Lombeek, Schepdaal en Sint-Gertrudis-Pede. Maar ook Gooik, Roosdaal, Herne en Pepingen horen er zeker bij, evenals delen van Halle, Asse en Dilbeek. Sint-Pieters-Leeuw wordt er soms wel en soms niet bij opgenomen. Toerisme Vlaams-Brabant neemt in zijn brochures volgende gemeenten op in de regio Pajottenland; Bever, Herne, Pepingen, Sint-Pieters-Leeuw, Galmaarden, Gooik, Lennik, Roosdaal, Liedekerke, Dilbeek en Ternat."Vanzelfsprekend neemt een provincie geen gemeenten van de buren in Oost-Vlaanderen, Henegouwen of het Brussels Gewest op. Nochtans is de overlegvergadering van 25 mei 2000 (kasteel van Ham, Steenokkerzeel), waarop vertegenwoordigers van de deputatie, de toeristische provinciale dienst en de gemeenten en regio's, het eens om in het vervolg de streek als provinciegrensoverschrijdend te zien zoals het Pajots Genootschap het sedert 1999 verdedigt. Ook het gebied "Zenne, Zuun" zou tot de entiteit Pajottenland gaan gerekend worden.
Het bevestigd resultaat is de agrarische streek tussen de randsteden Anderlecht, Asse, Ninove, Geraardsbergen, Edingen en Halle. In totaal achttien fusiegemeenten uit drie gemeenschappen zijn erbij betrokken. Naast de net hierboven vermelde (delen van) steden vinden we de gemeenten Dilbeek, Roosdaal, Gooik, Herne, Galmaarden, Pepingen, Bever, Affligem, Liedekerke, Sint-Pieters-Leeuw, Ternat en Lennik. Het gebied tussen de Zenne en de Dender. De bestuurders van de streek zijn het er unaniem mee eens dat dit gebied, vandaag, het Pajottenland is.
Enkel in het noordelijk gedeelte van het Pajottenland is een zekere verstedelijking ontstaan. Het grootste deel is zeer landelijk gebleven met een wegennet dat er, qua breedte, nog bij ligt zoals vorige eeuwen. Straten van drie meter breed zijn zeker geen uitzondering. Neem daarbij het zeer heuvelend landschap, een niet te drukke bebouwing die meestal in kleine gehuchten uitgezaaid ligt en alle factoren zijn er om mooie prentkaarten te vullen. Het Pajottenland is ongetwijfeld één van de mooiere plaatsen van Vlaanderen. En op zich vrij onbekend.
Het zal niemand verbazen dat deze streek eveneens de benaming "Land van (Pieter) Bruegel (de Oude)" meekrijgt. Niet voor niets kwam deze beroemde kunstenaar vanuit de Hoogstraat in Brussel naar deze streek afgezakt om zijn Vlaamse kermissen en landschappen te vereeuwigen. In het hartje van het gehucht Sint-Anna-Pede loopt nog steeds de Pedebeek waarin Bruegels blinden sukkelen. Eveneens is het kerkje er nog altijd zoals het op hetzelfde schilderij te zien is.
Ook de kermissen bestaan nog in een wat gewijzigde vorm. In het Pajottenland is een vrij intens sociaal leven met veel verenigingen die ieder via pensenkermissen en teerfeesten zaad in het bakje willen krijgen. Hierdoor kan men dan ook steeds, vooral rond de week-ends, op heel wat drink- en eetfestijnen terecht. Eten en drinken…
Als landbouwgebied zijn ook de producten van de voornamelijk kleine bedrijven nadrukkelijk aanwezig. Alhoewel zeer sterk afgenomen, zijn er nog steeds heel wat ambachtelijke brouwerijen, die een faam uitstralen die grote bierconcerns maar kunnen benijden. Lambik is het toverwoord. Lambik is een bier dat ontstaat door spontane gisting. Al in 1559 schrijft de stadsontvanger in Halle (vrij vertaald) "niemand mag een beslag aanmaken zonder er 16 razieren graan in te doen, te weten zes razieren tarwe en tien razieren gerst en haver, samen zestien razieren, zoals men gewend is te doen vanouds om te laten meten in de molen als dit gevergd wordt door meier en schepenen."
Dit natuurbier wordt gebrouwen zoals in de Middeleeuwen toen men nog niets wist over versnelde kunstmatige gistculturen en de bittere smaak van hop. De gistculturen worden in het brouwsel gebracht door contact aan de lucht. Vandaar dat de lambik pas gebrouwen kan worden nadat de eerste nachtvorst de lucht 'gezuiverd' heeft. In grote koelbakken wordt het brouwsel op een zo groot mogelijk oppervlak in contact gebracht met de lucht. Twee bacteriën doen het nodige om een eerste onstuimige hoofdgisting te bekomen. Als deze gisting beëindigd is hebben we 'jonge lambik'. Door het versnijden van verschillende lambiks (verschillend van herkomst en leeftijd) bekomen we oude lambik. Beide bieren hebben, zoals de Britse ale's, geen schuimkraag.
Gueuze, de champagne van de bieren, bekomt men door oude lambik te mengen met een scheut jonge lambic en dit te trekken op flessen waar het geheel weer, o wonder, aan het hergisten gaat. Op dezelfde wijze bekomt men 'Kriek' en 'Framboise'. Bij de lambik wordt zowat dertig procent Schaarbeekse krieken of frambozen gedaan en leveren als eindproduct de kriekenlambik of frambozenlambik. Op flessen hergist krijgen we twee topproducten met een zeer rijk pallet en een zacht aroma. Naast deze klassiekers zijn er tegenwoordig ook andere fruitbieren, de Affligem (abdijbier), Meestersbier (tripel en 'dubbelen'), Witkap Pater, kerstbieren…